﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8" standalone="yes"?>
<ns1:dov-schema-archeologie xmlns:ns1="http://kern.schemas.dov.vlaanderen.be" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <boring>
    <projectcode>2017B4</projectcode>
    <identificatie>2017B4-1</identificatie>
    <doel>Landschappellijk booronderzoek</doel>
    <datum>2017-02-01</datum>
    <uitvoering>
      <type>Edelmann</type>
      <diameter>7cm</diameter>
      <techniek>handmatig</techniek>
    </uitvoering>
    <auteur>
      <persoon>
        <naam>Simons</naam>
        <voornaam>Rianne</voornaam>
      </persoon>
      <organisatie>
        <naam>Condor Archaeological Research</naam>
      </organisatie>
    </auteur>
    <locatie>
      <xy>
        <x>225652.48</x>
        <y>19068.84</y>
        <origine_opmeten>
          <naam>69.01</naam>
        </origine_opmeten>
      </xy>
    </locatie>
    <bodemkaart>Sfp</bodemkaart>
    <bodemclassificatie>zeer natte gronden op lemig zand zonder profielontwikkeling</bodemclassificatie>
    <interpretatie>De ondiepe ondergrond bestaat uit lichtgrijs, licht geelgrijs tot geel, lemig, zeer fijn, goed gesorteerd zand behorend bij de eolische afzettingen van de Formatie van Wildert(ook bekend onder het lid van Wildert van de Formatie van Gent). Het dekzand is aangetroffen op 40 tot 90 cm –mv. Vanaf 60 tot 90 cm –mv zijn roestvlekken aangetroffen in de ondergrond (Cg-horizont). Behalve dan in boring 2 is 20 tot 60 cm –mv donker grijsbruine, sterk humeuze zware zandleem aangetroffen, die in een rustig sedimentatiemilieu is afgezet, zoals een overstromingsvlakte met een broekbos. Deze afzetting wordt tot de Formatie van Singraven gerekend (beekafzettingen, die in dit geval in een rustig afzettingsmilieu is afgezet). In boring 3 is onder deze donker grijsbruine horizont nog een donker bruingrijze horizont aangetroffen, bestaande uit sterk humeuze, zware zandleem, die als subhorizont gezien kan worden. Deze in een overstromingsvlakte afgezette sterk humeuze zandleem wordt als Ah-horizont in het bodemprofiel benoemd. In boring 4 en 5 is deze Ah-horizont afgedekt door licht geelbruin, lemig zand en in boring 5 ook nog donker bruingrijs, zwak humeus lemig, met tekenen van verstoring zoals vlekken. Deze grond met tekenen van verstoring is opgebracht en heeft een totale dikte van 30 tot 50 cm. Bovenop de Ah-horizont, de opgebrachte grond en het dekzand heeft zich een geelbruine, donker geelbruine of donker grijsbruine Ap-horizont (bouwvoor) gevormd bestaande uit zwak humeus, lemig zand. De geelbruine en donker geelbruine Ap-horizont is kenmerkend voor een verstoorde, dan wel een A-horizont in een initiële fase van bodemvorming.  </interpretatie>
    <foto>
      <titel>boring1</titel>
      <datum>2017-02-01</datum>
      <bestand>boring1.jpeg</bestand>
    </foto>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>1</horizontnummer>
      <bovengrens>0</bovengrens>
      <ondergrens>50</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ap</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>5</horizontnummer>
      <bovengrens>50</bovengrens>
      <ondergrens>80</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ag</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>Le</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>3</horizontnummer>
      <bovengrens>80</bovengrens>
      <ondergrens>100</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>false</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cg</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <bodemtextuur />
    </aardkundige_eenheid>
  </boring>
  <boring>
    <projectcode>2017B4</projectcode>
    <identificatie>2017B4-2</identificatie>
    <doel>Landschappellijk booronderzoek</doel>
    <datum>2017-02-01</datum>
    <uitvoering>
      <type>Edelmann</type>
      <diameter>7cm</diameter>
      <techniek>handmatig</techniek>
    </uitvoering>
    <auteur>
      <persoon>
        <naam>Simons</naam>
        <voornaam>Rianne</voornaam>
      </persoon>
      <organisatie>
        <naam>Condor Archaeological Research</naam>
      </organisatie>
    </auteur>
    <locatie>
      <xy>
        <x>225629.2</x>
        <y>199066.46</y>
        <origine_opmeten>
          <naam>69.36</naam>
        </origine_opmeten>
      </xy>
    </locatie>
    <bodemkaart>Sfp</bodemkaart>
    <bodemclassificatie>zeer natte gronden op lemig zand zonder profielontwikkeling</bodemclassificatie>
    <interpretatie>De ondiepe ondergrond bestaat uit lichtgrijs, licht geelgrijs tot geel, lemig, zeer fijn, goed gesorteerd zand behorend bij de eolische afzettingen van de Formatie van Wildert(ook bekend onder het lid van Wildert van de Formatie van Gent). Het dekzand is aangetroffen op 40 tot 90 cm –mv. Vanaf 60 tot 90 cm –mv zijn roestvlekken aangetroffen in de ondergrond (Cg-horizont). Behalve dan in boring 2 is 20 tot 60 cm –mv donker grijsbruine, sterk humeuze zware zandleem aangetroffen, die in een rustig sedimentatiemilieu is afgezet, zoals een overstromingsvlakte met een broekbos. Deze afzetting wordt tot de Formatie van Singraven gerekend (beekafzettingen, die in dit geval in een rustig afzettingsmilieu is afgezet). In boring 3 is onder deze donker grijsbruine horizont nog een donker bruingrijze horizont aangetroffen, bestaande uit sterk humeuze, zware zandleem, die als subhorizont gezien kan worden. Deze in een overstromingsvlakte afgezette sterk humeuze zandleem wordt als Ah-horizont in het bodemprofiel benoemd. In boring 4 en 5 is deze Ah-horizont afgedekt door licht geelbruin, lemig zand en in boring 5 ook nog donker bruingrijs, zwak humeus lemig, met tekenen van verstoring zoals vlekken. Deze grond met tekenen van verstoring is opgebracht en heeft een totale dikte van 30 tot 50 cm. Bovenop de Ah-horizont, de opgebrachte grond en het dekzand heeft zich een geelbruine, donker geelbruine of donker grijsbruine Ap-horizont (bouwvoor) gevormd bestaande uit zwak humeus, lemig zand. De geelbruine en donker geelbruine Ap-horizont is kenmerkend voor een verstoorde, dan wel een A-horizont in een initiële fase van bodemvorming.  </interpretatie>
    <foto>
      <titel>boring2</titel>
      <datum>2017-02-01</datum>
      <bestand>boring2.jpeg</bestand>
    </foto>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>1</horizontnummer>
      <bovengrens>0</bovengrens>
      <ondergrens>40</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ap</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>2</horizontnummer>
      <bovengrens>40</bovengrens>
      <ondergrens>50</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>C</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>3</horizontnummer>
      <bovengrens>50</bovengrens>
      <ondergrens>75</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cg</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>4</horizontnummer>
      <bovengrens>75</bovengrens>
      <ondergrens>90</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>false</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cr</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
  </boring>
  <boring>
    <projectcode>2017B4</projectcode>
    <identificatie>2017B4-3</identificatie>
    <doel>Landschappellijk booronderzoek</doel>
    <datum>2017-02-01</datum>
    <uitvoering>
      <type>Edelmann</type>
      <diameter>7cm</diameter>
      <techniek>handmatig</techniek>
    </uitvoering>
    <auteur>
      <persoon>
        <naam>Simons</naam>
        <voornaam>Rianne</voornaam>
      </persoon>
      <organisatie>
        <naam>Condor Archaeological Research</naam>
      </organisatie>
    </auteur>
    <locatie>
      <xy>
        <x>225640.05</x>
        <y>199045.29</y>
        <origine_opmeten>
          <naam>69.1</naam>
        </origine_opmeten>
      </xy>
    </locatie>
    <bodemkaart>Sfp</bodemkaart>
    <bodemclassificatie>zeer natte gronden op lemig zand zonder profielontwikkeling</bodemclassificatie>
    <interpretatie>De ondiepe ondergrond bestaat uit lichtgrijs, licht geelgrijs tot geel, lemig, zeer fijn, goed gesorteerd zand behorend bij de eolische afzettingen van de Formatie van Wildert(ook bekend onder het lid van Wildert van de Formatie van Gent). Het dekzand is aangetroffen op 40 tot 90 cm –mv. Vanaf 60 tot 90 cm –mv zijn roestvlekken aangetroffen in de ondergrond (Cg-horizont). Behalve dan in boring 2 is 20 tot 60 cm –mv donker grijsbruine, sterk humeuze zware zandleem aangetroffen, die in een rustig sedimentatiemilieu is afgezet, zoals een overstromingsvlakte met een broekbos. Deze afzetting wordt tot de Formatie van Singraven gerekend (beekafzettingen, die in dit geval in een rustig afzettingsmilieu is afgezet). In boring 3 is onder deze donker grijsbruine horizont nog een donker bruingrijze horizont aangetroffen, bestaande uit sterk humeuze, zware zandleem, die als subhorizont gezien kan worden. Deze in een overstromingsvlakte afgezette sterk humeuze zandleem wordt als Ah-horizont in het bodemprofiel benoemd. In boring 4 en 5 is deze Ah-horizont afgedekt door licht geelbruin, lemig zand en in boring 5 ook nog donker bruingrijs, zwak humeus lemig, met tekenen van verstoring zoals vlekken. Deze grond met tekenen van verstoring is opgebracht en heeft een totale dikte van 30 tot 50 cm. Bovenop de Ah-horizont, de opgebrachte grond en het dekzand heeft zich een geelbruine, donker geelbruine of donker grijsbruine Ap-horizont (bouwvoor) gevormd bestaande uit zwak humeus, lemig zand. De geelbruine en donker geelbruine Ap-horizont is kenmerkend voor een verstoorde, dan wel een A-horizont in een initiële fase van bodemvorming.  </interpretatie>
    <foto>
      <titel>boring3</titel>
      <datum>2017-02-01</datum>
      <bestand>boring3.jpeg</bestand>
    </foto>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>1</horizontnummer>
      <bovengrens>0</bovengrens>
      <ondergrens>20</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ap</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>5</horizontnummer>
      <bovengrens>20</bovengrens>
      <ondergrens>40</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ag</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>L</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>6</horizontnummer>
      <bovengrens>40</bovengrens>
      <ondergrens>60</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ag</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>L</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>3</horizontnummer>
      <bovengrens>60</bovengrens>
      <ondergrens>70</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cg</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>4</horizontnummer>
      <bovengrens>70</bovengrens>
      <ondergrens>80</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>false</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cr</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
  </boring>
  <boring>
    <projectcode>2017B4</projectcode>
    <identificatie>2017B4-4</identificatie>
    <doel>Landschappellijk booronderzoek</doel>
    <datum>2017-02-01</datum>
    <uitvoering>
      <type>Edelmann</type>
      <diameter>7cm</diameter>
      <techniek>handmatig</techniek>
    </uitvoering>
    <auteur>
      <persoon>
        <naam>Simons</naam>
        <voornaam>Rianne</voornaam>
      </persoon>
      <organisatie>
        <naam>Condor Archaeological Research</naam>
      </organisatie>
    </auteur>
    <locatie>
      <xy>
        <x>225618.35</x>
        <y>199046.08</y>
        <origine_opmeten>
          <naam>69.31</naam>
        </origine_opmeten>
      </xy>
    </locatie>
    <bodemkaart>Sfp</bodemkaart>
    <bodemclassificatie>zeer natte gronden op lemig zand zonder profielontwikkeling</bodemclassificatie>
    <interpretatie>De ondiepe ondergrond bestaat uit lichtgrijs, licht geelgrijs tot geel, lemig, zeer fijn, goed gesorteerd zand behorend bij de eolische afzettingen van de Formatie van Wildert(ook bekend onder het lid van Wildert van de Formatie van Gent). Het dekzand is aangetroffen op 40 tot 90 cm –mv. Vanaf 60 tot 90 cm –mv zijn roestvlekken aangetroffen in de ondergrond (Cg-horizont). Behalve dan in boring 2 is 20 tot 60 cm –mv donker grijsbruine, sterk humeuze zware zandleem aangetroffen, die in een rustig sedimentatiemilieu is afgezet, zoals een overstromingsvlakte met een broekbos. Deze afzetting wordt tot de Formatie van Singraven gerekend (beekafzettingen, die in dit geval in een rustig afzettingsmilieu is afgezet). In boring 3 is onder deze donker grijsbruine horizont nog een donker bruingrijze horizont aangetroffen, bestaande uit sterk humeuze, zware zandleem, die als subhorizont gezien kan worden. Deze in een overstromingsvlakte afgezette sterk humeuze zandleem wordt als Ah-horizont in het bodemprofiel benoemd. In boring 4 en 5 is deze Ah-horizont afgedekt door licht geelbruin, lemig zand en in boring 5 ook nog donker bruingrijs, zwak humeus lemig, met tekenen van verstoring zoals vlekken. Deze grond met tekenen van verstoring is opgebracht en heeft een totale dikte van 30 tot 50 cm. Bovenop de Ah-horizont, de opgebrachte grond en het dekzand heeft zich een geelbruine, donker geelbruine of donker grijsbruine Ap-horizont (bouwvoor) gevormd bestaande uit zwak humeus, lemig zand. De geelbruine en donker geelbruine Ap-horizont is kenmerkend voor een verstoorde, dan wel een A-horizont in een initiële fase van bodemvorming.  </interpretatie>
    <foto>
      <titel>boring4</titel>
      <datum>2017-02-01</datum>
      <bestand>boring4.jpeg</bestand>
    </foto>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>1</horizontnummer>
      <bovengrens>0</bovengrens>
      <ondergrens>10</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ap</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>7</horizontnummer>
      <bovengrens>10</bovengrens>
      <ondergrens>60</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ag</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>L</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>8</horizontnummer>
      <bovengrens>60</bovengrens>
      <ondergrens>90</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ag</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>L</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>4</horizontnummer>
      <bovengrens>90</bovengrens>
      <ondergrens>120</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cg</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <bodemtextuur />
    </aardkundige_eenheid>
  </boring>
  <boring>
    <projectcode>2017B5</projectcode>
    <identificatie>2017B4-5</identificatie>
    <doel>Landschappellijk booronderzoek</doel>
    <datum>2017-02-01</datum>
    <uitvoering>
      <type>Edelmann</type>
      <diameter>7cm</diameter>
      <techniek>handmatig</techniek>
    </uitvoering>
    <auteur>
      <persoon>
        <naam>Simons</naam>
        <voornaam>Rianne</voornaam>
      </persoon>
      <organisatie>
        <naam>Condor Archaeological Research</naam>
      </organisatie>
    </auteur>
    <locatie>
      <xy>
        <x>225628.67</x>
        <y>199025.18</y>
        <origine_opmeten>
          <naam>69.22</naam>
        </origine_opmeten>
      </xy>
    </locatie>
    <bodemkaart>Sfp</bodemkaart>
    <bodemclassificatie>zeer natte gronden op lemig zand zonder profielontwikkeling</bodemclassificatie>
    <interpretatie>De ondiepe ondergrond bestaat uit lichtgrijs, licht geelgrijs tot geel, lemig, zeer fijn, goed gesorteerd zand behorend bij de eolische afzettingen van de Formatie van Wildert(ook bekend onder het lid van Wildert van de Formatie van Gent). Het dekzand is aangetroffen op 40 tot 90 cm –mv. Vanaf 60 tot 90 cm –mv zijn roestvlekken aangetroffen in de ondergrond (Cg-horizont). Behalve dan in boring 2 is 20 tot 60 cm –mv donker grijsbruine, sterk humeuze zware zandleem aangetroffen, die in een rustig sedimentatiemilieu is afgezet, zoals een overstromingsvlakte met een broekbos. Deze afzetting wordt tot de Formatie van Singraven gerekend (beekafzettingen, die in dit geval in een rustig afzettingsmilieu is afgezet). In boring 3 is onder deze donker grijsbruine horizont nog een donker bruingrijze horizont aangetroffen, bestaande uit sterk humeuze, zware zandleem, die als subhorizont gezien kan worden. Deze in een overstromingsvlakte afgezette sterk humeuze zandleem wordt als Ah-horizont in het bodemprofiel benoemd. In boring 4 en 5 is deze Ah-horizont afgedekt door licht geelbruin, lemig zand en in boring 5 ook nog donker bruingrijs, zwak humeus lemig, met tekenen van verstoring zoals vlekken. Deze grond met tekenen van verstoring is opgebracht en heeft een totale dikte van 30 tot 50 cm. Bovenop de Ah-horizont, de opgebrachte grond en het dekzand heeft zich een geelbruine, donker geelbruine of donker grijsbruine Ap-horizont (bouwvoor) gevormd bestaande uit zwak humeus, lemig zand. De geelbruine en donker geelbruine Ap-horizont is kenmerkend voor een verstoorde, dan wel een A-horizont in een initiële fase van bodemvorming.  </interpretatie>
    <foto>
      <titel>boring5</titel>
      <datum>2017-02-01</datum>
      <bestand>boring5.jpeg</bestand>
    </foto>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>1</horizontnummer>
      <bovengrens>0</bovengrens>
      <ondergrens>20</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ap</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>7</horizontnummer>
      <bovengrens>20</bovengrens>
      <ondergrens>30</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>XX</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>9</horizontnummer>
      <bovengrens>30</bovengrens>
      <ondergrens>50</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>XX</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>8</horizontnummer>
      <bovengrens>50</bovengrens>
      <ondergrens>70</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Ah</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>3</horizontnummer>
      <bovengrens>70</bovengrens>
      <ondergrens>90</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>true</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cg</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
    <aardkundige_eenheid>
      <horizontnummer>4</horizontnummer>
      <bovengrens>90</bovengrens>
      <ondergrens>100</ondergrens>
      <ondergrens_bereikt>false</ondergrens_bereikt>
      <vochtigheid_beschrijving>vochtig</vochtigheid_beschrijving>
      <naam>Cr</naam>
      <bodemtextuur>
        <hoofdklasse>S</hoofdklasse>
      </bodemtextuur>
    </aardkundige_eenheid>
  </boring>
</ns1:dov-schema-archeologie>